Commissie voor Onderwijs, Vorming, Wetenschap en Innovatie Vergadering van 12/02/2009

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine Poleyn tot de heer Frank Vandenbroucke, viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Werk, Onderwijs en Vorming, over de opleidingen die leiden tot het diploma Hoger Opvoedkundige Studiën (DHOS) en getuigschrift Hoger Opvoedkundige Studiën (GHOS)

De voorzitter: Mevrouw Poleyn heeft het woord.

Mevrouw Sabine Poleyn: Mijnheer de minister, historisch gezien hebben het diploma en het getuigschrift Hoger Opvoedkundige Studiën een grote betekenis gehad binnen de lerarenopleiding, omdat ze een van de eerste vormen van professionalisering van de leraar inhielden. De meeste voortgezette opleidingen Hoger Opvoedkundige Studiën (hivo's) zijn intussen afzonderlijke vzw's geworden en werken met vrijwilligers omdat het geen structureel gefinancierde opleidingen zijn.

Omtrent de toekomstige situatie van de hivo's blijken er toch een aantal onduidelijkheden te bestaan. Zo werd er vorig jaar een financiering toegekend, maar het is niet duidelijk of die zal worden voortgezet, of wat de specifieke bedoeling ervan was. Momenteel wordt aan de houders van het getuigschrift en het diploma ook een beperkte diplomatoelage bij de wedde toegekend. Dat lijkt een meerwaarde en uitdaging bij de opleiding, maar het is niet zeker of die toelage kan blijven.

Bij de herziening van het decreet op de lerarenopleiding werd gevraagd om deze hivo-opleidingen onder te brengen in de nieuwe structuur van een voortgezette lerarenopleiding en nadien binnen een banaba-opleiding van de gespecialiseerde lerarenopleiding. Dat is niet gebeurd. Het is niet zo duidelijk waarom.

Het geleidelijk aan opgaan van de hivo's in een banaba van de geïntegreerde lerarenopleiding lijkt nochtans een evidente piste voor een duidelijke anomalie binnen het hoger onderwijs. Momenteel zijn er binnen de lerarenopleidingen immers maar twee banaba's. Bovendien beantwoordt deze banaba aan de vraag van het werkveld naar een coherente professionalisering voor schoolleiders of leraren die een middenkaderfunctie willen opnemen. Een banaba Schoolontwikkeling of Schoolmanagement lijkt dan ook een adequaat antwoord op deze beleidsoptie.

Een interessant belangrijk aspect is misschien dat een dergelijke banaba staat voor een praktijkgerichte aanpak en toegepast onderzoek, eigen aan de opleiding voor professionele bachelors, naast een academische master 'educatieve studies' die een meer theoretische en wetenschappelijke opleiding inhoudt.

Mijnheer de minister, welke rol ziet u voor de huidige hivo's, binnen of buiten de professionele bachelors lerarenopleidingen? Zal de financiële ondersteuning de komende jaren worden voortgezet? Is het de bedoeling de diplomatoelage in de toekomst te bewaren? Om welke reden evolueerde de opleiding niet tot een banaba zoals gepland was? Hoe staat u tegenover de vraag om deze opleiding ook nadrukkelijker open te stellen voor bachelors van de lerarenopleiding secundair onderwijs?

De voorzitter: Minister Vandenbroucke heeft het woord.

Minister Frank Vandenbroucke: Het dossier kent inderdaad een voorgeschiedenis. Ik zal die niet volledig hernemen, maar ga toch terug tot het voorjaar van 2005. Toen lagen de laatste moeilijke dossiers voor de omvorming naar de bama-structuur op tafel. Het ging onder andere over de wenselijke omvang van de masteropleidingen in de exacte wetenschappen en over de wijze van omvormen van de voortgezette lerarenopleidingen.

Op dat ogenblik is ook de vraag gesteld of we de Hoger Opvoedkundige Studiën niet naar een banaba zouden omvormen. Die vraag is negatief beantwoord, om de eenvoudige reden dat die opleidingen daarvoor niet in aanmerking kwamen: ze werden en worden immers niet aangeboden door hogescholen, maar door een twaalftal op zichzelf staande vzw's. Bij een eerdere hervorming van de lerarenopleiding, in 1996, waren ze overigens ook niet op de lijst van de voortgezette lerarenopleidingen gekomen.

Om volledig te zijn, moet ik daarbij opmerken dat er een paar uitzonderingen waren. Als partner van een hivo had bijvoorbeeld ook de Katholieke Hogeschool Limburg een dossier tot omvorming ingediend, en dat dossier was in principe dus wél ontvankelijk, want ingediend door een hogeschool. De Vlaamse Regering achtte het echter niet opportuun om twee dossiers wel op het spoor van de omvorming te zetten, en tien andere niet. Daarmee heb ik eigenlijk ook aangegeven wat er moet gebeuren om van deze opleidingen een banaba te maken.

Gesteld dat ze dat nog altijd willen, is het aan de hogescholen om een dossier in te dienen. De omvorming naar de bama-structuur is ondertussen formeel afgerond, maar via de procedure van de 'toets nieuwe opleiding' blijft uiteraard de mogelijkheid bestaan om nieuwe opleidingen - en dus ook banaba's - aan het opleidingenaanbod toe te voegen. Een alternatief is dat de bestaande vzw's dat doen, maar dan moeten zij eerst de stap zetten van registratie als instelling voor hoger onderwijs.

Welke rol zie ik voor de huidige hivo's, binnen of buiten de professionele bacheloropleidingen? De vraag is natuurlijk of de stap naar een banaba per se gezet moet worden. Op zich twijfel ik niet aan het belang dat de hivo's gehad hebben en nog steeds kunnen hebben bij de verdere professionalisering van de ervaren leerkracht en bij het klaarstomen van een middenkader, voor het innemen van functies als adviseur of in de directie, of bij de inspectiediensten. Er lijkt mij dus wel ruimte te zijn voor dergelijke opleidingen, al hoeft dat niet noodzakelijk te betekenen dat ze dan enkel als banaba aangeboden kunnen worden. Omgekeerd hoeft een eventuele bestendiging van de huidige situatie, waarbij de hivo's als aparte vzw's de opleiding blijven aanbieden, niet te betekenen dat er daarom geen nauwere banden met de lerarenopleidingen gesmeed kunnen worden.

Op uw tweede vraag over de financiële ondersteuning wil ik het volgende zeggen. De financiering aan de hivo's moet u dan ook mede in dit licht zien. Tot voor kort zaten we in de wat vreemde situatie dat we de hivo's niet de minste erkenning of ondersteuning gaven, maar wel een toelage gaven aan de houders van het diploma of getuigschrift dat daar werd uitgereikt.

In 2008 hebben we dan voor de eerste keer in een subsidie voorzien. Op de onderwijsbegroting hebben we een bedrag van 100.000 euro uitgetrokken voor de financiering van de hivo's. Eenzelfde bedrag is voorzien voor 2009.

Die subsidie is gekoppeld aan de intentieverklaring die de hivo's op 15 mei 2008 gesloten hebben. In de intentieverklaring verbinden de hivo's zich ertoe om de kwaliteit van het eigen instituut te optimaliseren en transparant te maken. In deze verklaring onderschrijven zij onder andere het doel van de opleiding, de inschrijvingsvoorwaarden en het minimale aantal studiepunten en contacturen. Daarenboven engageren zij zich ertoe hun beleid meer te stroomlijnen en daartoe ook te overleggen. Nu is het zo dat de opleiding soms erg verschilt naargelang de plaats waar ze aangeboden wordt.

We zullen zien hoe dat nu loopt. Afhankelijk van de resultaten gaan we op deze manier voort, ofwel zullen we moeten concluderen dat de toekomst enkel in een banaba zit, waarbij de meest eenvoudige weg dan is dat die vanuit de departementen lerarenopleiding wordt ingericht.

Op uw vijfde vraag wil ik het volgende zeggen. Wat de toekomst ook brengen mag, ik heb er op zich geen bezwaar tegen dat de opleiding ook opengesteld zou worden voor bachelors van de lerarenopleiding secundair onderwijs. Het aanbod van de nascholing moet voor elke nood in een bevredigend antwoord kunnen voorzien. Momenteel is de opleiding inderdaad vooral gericht op leraren en directeurs uit het basisonderwijs. Als zo'n opleiding ook zinvol zou zijn voor leraren en directies in het secundair onderwijs, dan kan een adequate oplossing gevonden worden in het openstellen van de huidige opleidingen of in het heroriënteren van een aantal bestaande opleidingen.

U vroeg of het de bedoeling is om de diplomatoelage in de toekomst te bewaren. Of de diplomatoelage - dat is op dit ogenblik een niet-verworven salarisschaal - in de toekomst altijd behouden zal blijven, kan ik moeilijk voorspellen. Ik heb op dit ogenblik geen plannen om eraan te raken. Het lijkt me wel wenselijk om in de gaten te houden of de opleiding erin slaagt een reële meerwaarde voor de afgestudeerden te bieden, en hoe die zich verhoudt ten aanzien van eventuele andere opleidingen.

De voorzitter: Mevrouw Poleyn heeft het woord.

Mevrouw Sabine Poleyn: Ik dank u voor uw duidelijk antwoord, mijnheer de minister. Het is goed om de mogelijkheden en alle gevolgen eens naast elkaar te zetten.

Heb ik goed begrepen dat de subsidiëring van vorig en dit jaar voorwaardelijk is? Klopt het dat er een intentieverklaring aan gekoppeld is? Wordt dat geëvalueerd? Of wordt de subsidiëring structureel als ze geen banaba's zouden worden?

Minister Frank Vandenbroucke: Eigenlijk hebben we impliciet gezegd dat we voor twee jaar subsidiëren. We zullen moeten uitzoeken hoe en of we dat voortzetten. Ik denk dat ik heb duidelijk gemaakt dat er inderdaad een evaluatie komt. We moeten kijken hoe dat loopt. Dan moeten we samen met de sector uitmaken of men moet opteren voor een banaba, dan wel of men op die manier kan voortwerken. Het is inderdaad niet structureel. We moeten dat eind 2009 evalueren.

De voorzitter: Het incident is gesloten.