Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed
Vergadering van 12/10/2011

Vraag om uitleg van de heer Carl Decaluwe tot de heer Philippe Muyters, Vlaams minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport, over de stand van zaken met betrekking tot het dossier van de motorcrossterreinen
- 2242 (2010-2011)

Vraag om uitleg van de heer Jan Verfaillie tot de heer Philippe Muyters, Vlaams minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport, over de inplanting van terreinen voor lawaaierige buitensporten in Vlaanderen
- 2517 (2010-2011)

Vraag om uitleg van mevrouw Ulla Werbrouck tot de heer Philippe Muyters, Vlaams minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport, over de terreinen voor lawaaihinderlijke sporten
- 2880 (2010-2011)

De voorzitter : De heer Decaluwe heeft het woord.

De heer Carl Decaluwe : Voorzitter, collega’s, ik heb in het archief niet nagekeken de hoeveelste keer het is dat we hier spreken over dit thema. Het moet al zeer vaak zijn geweest. Ik zal niet de hele geschiedenis geven, maar het dossier is in zijn globaliteit op het niveau van de Vlaamse Regering gestart op 19 juli 2002. We vieren dus volgend jaar zijn tiende verjaardag. De laatste formele beslissing dateert van 26 maart 2010. Toen werd een principieel akkoord bereikt over een aantal punten. De provincies zijn als bestuursniveau het best geplaatst om het dossier te coördineren en de regie waar te nemen. Op dat niveau zoekt men verder naar motorcrossterreinen.

Het aanknopingspunt met vorige vrijdag is dat met betrekking tot de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen en Oost-Vlaanderen de vraag werd gesteld om zeker ook de havengebieden in het onderzoek te betrekken. Ik heb dat voorstel trouwens al jaren geleden, tijdens de vorige legislatuur, als een tijdelijke oplossing naar voren gebracht.

In februari 20111 voerden de kabinetten Sport en Ruimtelijke Ordening gesprekken met de vijf provincies over de lijsten met mogelijke permanente locaties voor motorcross. Blijkbaar werd er met iedere provincie een stand van zaken overlopen en werden de mogelijke opties opgelijst. Ook zouden er toen afspraken gemaakt zijn over het verder te volgen traject. Daarna werd het op alle niveaus zeer stil. Men heeft – misschien terecht – gekozen voor discretie. Men wil komen tot een draagvlak voor de inplanting van permanente motorcrossterreinen in de provincies.

Ik heb dit dossier achter de schermen op de voet gevolgd door middel van contacten met de motorcrosswereld zelf. Om het zeer beleefd te zeggen: men is het stilaan moe aan het worden. In West-Vlaanderen zeggen ze dat ze het ‘stinkende beu’ zijn, als dusdanig.

Ik begrijp dat het geen gemakkelijke dossiers zijn. Als je iets inplant, ontstaan er meteen actiecomités. In dit kleine Vlaanderenland is er altijd iets. Men klaagt over grote lawaaihinder, etcetera. Minister, vorige vrijdag heeft de Vlaamse Regering opnieuw een stapje voorwaarts gezet. Ik vernam dat van de zeven aangeduide omlopen er voorlopig slechts drie operationeel zijn: twee in Limburg en één in Antwerpen. De rest is gesneuveld of zal sneuvelen. Het enige wat concreter is geworden in de nota van de Vlaamse Regering is het voorstel voor het project in de achterhaven van Zeebrugge, gesteund door de provincie West-Vlaanderen.

Minister, tien jaar is te lang. Ik weet wel dat u nog geen tien jaar minister bent. Maar nu wordt het toch wel tijd om nagels met koppen te slaan of om knopen door te hakken of om effectief beslissingen te nemen en niet te verwijzen naar een werkgroep. Met betrekking tot een aantal zaken, bijvoorbeeld ook de windenergie, gaat men kapot aan de ‘ werkgroepisering’. De mensen hebben daar geen boodschap aan. Ik spreek niet van permanente oplossingen, maar voor tijdelijke oplossingen is het nu echt tijd om beslissingen te nemen. Anders zullen wij de komende jaren een luis in de pels zijn met betrekking tot dit dossier. Wie mij kent, weet wat dat betekent. Er is nu genoeg getalmd, er moeten oplossingen komen. Ofwel zegt men dat het niet kan, en dan weet men het. Ofwel zegt men dat het kan, en dan wordt het geconcretiseerd.

Minister, in hoeverre blijkt de gekozen discrete aanpak te leiden tot oplossingen voor dit probleem, dat al een beetje te lang aansleept? Op welke manier zijn er al concrete resultaten? Hoe wordt een publiek draagvlak voor de gemaakte keuzes gecreëerd? Wat is momenteel de concrete stand van zaken in de onderhandelingen met de provincies? Wat is de timing voor een eindresultaat met een lijst van permanente en al dan niet tijdelijke motorcrossterreinen? Bestaat er eventueel een alternatief denkspoor dat de lawaaihinder van de motorcross kan verminderen? Sommigen zeggen dat je het indoor moet organiseren.

Minister, de moraal van het verhaal is: het wordt tijd om effectief concrete daden te stellen.

De voorzitter : De heer Verfaillie heeft het woord.

De heer Jan Verfaillie : Voorzitter, minister, collega’s, de heer Decaluwe heeft al zeer veel gezegd. Tien jaar is zeer lang. Het dossier werd in 2002 gestart. Nog onder toenmalig bevoegd minister Anciaux, heeft de Vlaamse Regering in 2002 bij het motorcrossveld een aantal verwachtingen gecreëerd en heeft een aantal suggesties gedaan. Men is in overleg gegaan met de provincies om een aantal zones af te bakenen. Dat is het probleem vandaag. Op het moment dat de Vlaamse Regering een beslissing neemt, creëert dat op het werkveld een aantal verwachtingen, en vraagt men een aantal jaren na datum dat er effectief een beslissing dienaangaande wordt genomen.

Een aantal federaties verwijzen naar het buitenland, maar ik weet ook wel dat je de situatie in Vlaanderen totaal niet kunt vergelijken met die in Frankrijk en andere landen aangezien wij een vrij verstedelijkt gebied hebben met relatief weinig open ruimten. Als de Vlaamse Regering een aantal verwachtingen creëert, denken wij dat dat reeds is gestoeld op praktijkervaring en dat de Vlaamse Regering in 2002 de overtuiging had dat men een aantal zones kon afbakenen.

Minister, het blijft tot vandaag vrij stil, met uitzondering van de feiten die de heer Decaluwe heeft aangehaald en verklaringen van u in de loop van vorige week in de West-Vlaamse pers – uw naam stond in het artikel, dus denk ik dat die verklaringen van u afkomstig zijn – dat er in de achterhaven van Zeebrugge een aantal mogelijkheden zouden worden gecreëerd.

De essentie van mijn vraag is de volgende. Het duurt nu al tien jaar. Er zijn andere dossiers, minister, die veel sneller opgelost worden en waarbij uw partijgenoten zeggen dat het blijft aanslepen. Ik weet dat u niet de volle verantwoordelijkheid draagt voor dit dossier, maar tien jaar lijkt me zeer lang, vooral rekening houdend met het feit dat andere zeer ingewikkelde dossiers die het land verdelen, op een veel vlottere manier tot een oplossing komen. Ik verwijs naar de zeer recente uitspraken van de heer Decaluwe.

Minister, wat is de stand van zaken in dit dossier? Hoe ver staat u hiermee? Werkt u binnen een specifiek kader? Zo ja, wat houdt dat kader precies in? Is het streefdoel nog steeds om een of twee terreinen per provincie te realiseren? Zult u een terugkoppeling maken met de provincies en de gemeenten? Wat is de concrete timing voor de realisatie? In welke provincies bent u erin geslaagd om in een permanente omloop voor gemotoriseerde sporten in een ruimtelijk uitvoeringsplan te voorzien? Ik denk echter dat deze vraag vooruitloopt op de zaken.

De voorzitter : Mevrouw Werbrouck heeft het woord.

Mevrouw Ulla Werbrouck : Voorzitter, minister, collega’s, de situatie is al redelijk goed geschetst door de voorgaande sprekers. Ik heb daar heel weinig aan toe te voegen.

We hadden en hebben veel toppers in de motorcross. Er zijn ook andere lawaaisporten. Desondanks blijft het heel moeilijk om in Vlaanderen voor de nodige infrastructuur en terreinen te zorgen. De Vlaamse Regering engageerde zich in een zoektocht naar geschikte terreinen. Er werden ook alternatieve voorstellen door de provincies naar voren geschoven, gelegen in industrieterreinen, brownfields en havengebieden, om in overweging te nemen, zij het in een beperkt tijdskader.

Minister, we zijn er al een tijdje mee bezig. Zelf ben ik er nog maar één legislatuur mee bezig. In twee jaar tijd heb ik weinig vooruitgang gezien. We weten allemaal dat als we stilstaan, we eigenlijk achteruitgaan, en zeer zeker niet vooruit. We hebben dit al een paar maal met elkaar besproken. Ik heb gezegd dat het heel moeilijk zou zijn wanneer we nogmaals de provincies erbij zouden betrekken. Minister, u hebt op een heel correcte manier gezegd welke stappen u zou zetten. U hebt ook gezegd dat u niet wilde vooruitlopen op beslissingen, dat u ermee bezig was en al concrete stappen had gezet. Nu de beslissingen effectief zijn genomen en we de notulen ervan hebben gelezen, moet ik zeggen dat ik de stappen niet zie. Ik heb er heel veel vragen bij.

De conclusie en de te zetten stappen zouden voor de zomer aan de leden van de Vlaamse Regering worden bezorgd. Het werd iets na de zomer. Komt dat door het feit dat de provincies onvoldoende informatie hadden gestuurd naar u? Een van de antwoorden die u ons had gegeven, was immers dat u bepaalde zaken nog niet kon zeggen omdat u nog informatie moest krijgen. Welke stappen hebt u intussen gezet in de verschillende dossiers?

Is die kleine vertraging te wijten aan een nalatigheid van u of aan de provinciebesturen die u niet tijdig informatie hebben gegeven? We hebben gelezen dat de provincies een nieuw rondje rond de pot draaien krijgen. Hoe lang zal dat duren? Zet men daar een streefdatum op? En als er dan nog geen oplossingen uit de bus zullen komen – wat ik persoonlijk verwacht –, zal deze problematiek dan eindelijk uitdrukkelijk door het Vlaamse niveau in handen worden genomen?

Tegen 2014 wil de Vlaamse Regering een Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) opstellen met daarin een langetermijnvisie over de ruimte in Vlaanderen. Een eerste stap hierin betreft de ontwikkeling van een groenboek Ruimtelijke Ordening. Hoe zult u de aanwijzingen van de verschillende terreinen voor lawaaihinderlijke sporten in dit groenboek inbedden?

Zolang er geen BRV is, blijft het Ruimtelijke Structuurplan Vlaanderen (RSV) onverkort geldig. Het RSV stelt dat er op korte termijn een ruimtevraag is naar tien terreinen voor lawaaisporten. Gaat u het engagement ten volle aan om te voorzien in de ruimtevraag voor lawaaihinderlijke sporten zoals gesteld in het RSV? Binnen welke termijn denkt u dat eventueel te kunnen realiseren? Hoop doet leven: we hopen dat er nu eindelijk beslissingen worden genomen.

De voorzitter : De heer Gysbrechts heeft het woord.

De heer Peter Gysbrechts : Minister, we zijn al een hele tijd met dit dossier bezig. Ik heb er op 24 maart 2010 in een vraag om uitleg nog op gewezen dat het dossier hier al sinds 2002 loopt.

Het laatste feit was het uitstellen van een voorstel van resolutie in deze commissie. We wilden de minister wat meer tijd geven. Intussen hebben drie collega’s vragen om uitleg ingediend, die vandaag behandeld worden. Wij zijn in dezelfde week dan geconfronteerd met de beslissing van de Vlaamse Regering. De vragen van de collega’s zijn in feite – maar dat is wellicht onvermijdelijk – herhalingen uit het verleden. Maar ze blijven nuttig, en ik sluit me er dan ook bij aan.

Minister, de beslissing van de Vlaamse Regering is vrij dun. Ik vind het een nogal lege doos, waarin we als het ware verslagen krijgen van wat hier door de jaren heen is verteld. Ik zie heel weinig concreets gebeuren. De heer Decaluwe sprak over een klein stapje voorwaarts, maar dan is het echt maar een heel klein stapje.

We zeggen altijd met z’n allen dat we zo trots op onze motorcrossers, dat we er internationaal mee scoren en dat we al zo weinig internationale toppers hebben. Als we echt de ambitie hebben om deze sport te blijven ondersteunen, dan moet er echt concreet iets gebeuren en wel nu meteen. Ik richt die oproep voor alle duidelijkheid niet alleen tot u, minister, maar tot de voltallige Vlaamse Regering. Hier zijn immers zoveel mensen en zoveel andere echelons bij betrokken, dat ik die oproep heel breed wil doen.

De voorzitter : Mevrouw Vissers heeft het woord.

Mevrouw Linda Vissers : Minister, het is alvast positief dat u aanstalten maakt om het aantal potentiële terreinen uit te breiden en dat er eindelijk beweging is in dit dossier. Ik heb samen met de mensen van het werkveld uw nota eens bekeken, en we hebben er toch nog een aantal vragen bij die ik u vandaag wil voorleggen.

Als een omloop een tijdelijk karakter krijgt, hoe tijdelijk dient men dat karakter dan te interpreteren? Wat gebeurt er na die termijn? Is er een optie om later een blijvende gereglementeerde omloop uit te bouwen? Hoe zit het met de exploitatie in vergelijking met de gereglementeerde omlopen? Ik denk dan specifiek aan het dossier Zeebrugge, dat afgelopen week enorm veel aandacht kreeg.

Hoe zit het met het terrein in Lille? Lille is een van de laatste terreinen in Vlaanderen waar men actief bezig is met jeugdbegeleiding. Geeft de Vlaamse Regering het terrein hiermee de facto op? Ziet men Arendonk of de hypothetische mogelijkheid in de Antwerpse haven als een mogelijk alternatief voor dit bestaande en goed beheerde terrein?

Hoe zit het met de omlopen waar momenteel van rechtswege geen trainingsfaciliteiten meer mogelijk zijn? Ik denk dan specifiek aan het terrein van Waterloos in Neeroeteren. De nota stelt dat het terrein niet meer in aanmerking komt om een gereglementeerde omloop te worden, maar dat men de optie ‘multifunctioneel’ in overweging zal nemen. Wat met eenmalige crossklassiekers, die doorheen de jaren zonevreemd zijn geworden? Zijn er naast Waterloos nog specifieke voorbeelden van terreinen waar men een multifunctioneel karakter in overweging zou kunnen nemen?

Hoe zit het met de gezondheidsrisico’s in verband met het beoefenen van sport op zogenaamde brownfields? Bestaan daar criteria voor? Zo ja, welke criteria zal men dan hanteren?

Het ministerie van Financiën, dat bevoegd is voor de verkoop van militaire domeinen, is op de hoogte. Kan er dan al gewag worden gemaakt van concrete afspraken met het departement? Hoeveel hectare is beschikbaar voor recreatie, meer bepaald voor motorcross?

Kan men de definitie van het begrip ‘maatschappelijk draagvlak’ verduidelijken of concretiseren? Zoals nu beschreven, behelst die hier nog louter een politieke interpretatie. Concreet meetbare begrippen zouden kunnen vermijden dat al te vaak gebruik kan worden gemaakt van de term ‘maatschappelijk draagvlak’ als vluchtroute.

Hoe zit het met de geluidsnormen? Zijn er contacten met de industrie om gezamenlijk en concreet strengere normen uit te werken? Zijn er naast elektromotoren nog mogelijkheden op het vlak van technologische vooruitgang die de Vlaamse Regering in overweging wil nemen?

De voorzitter : Mevrouw Van Volcem heeft het woord.

Mevrouw Mercedes Van Volcem : Minister, ik heb tot mijn verbazing een en ander over Zeebrugge gelezen. Ik vind het een beetje verwonderlijk dat uw coalitiepartner u hier aanvalt op een gebrek aan daadkracht.

Motorcrossterreinen in ons havengebied, het is al een lang verhaal. Wij zitten eigenlijk meer te wachten op de ontsluiting van de haven van Zeebrugge, waar uw coalitiepartner het heft in handen heeft en steeds maar nieuwe studies bestelt. Aanvankelijk stonden de motorcross­terreinen in de afbakening van het havengebied voorlopig ingeschreven, maar op het laatste moment werden ze geschrapt. De reden daarvoor was een eventuele beperking van de havenuitbreiding. Een motorcrossterrein kan volgens mij altijd, tijdelijk, als men een beroep doet op de codex, als men een afwijking vraagt om gedurende negentig dagen een zonevreemde activiteit uit te oefenen.

Ik ben benieuwd waar de polemiek in Zeebrugge nu ineens vandaan komt. Als de afbakening het niet toestaat, kan het alleen maar op basis van een tijdelijke vergunning van negentig dagen.

De voorzitter : De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron : Voorzitter, minister, het dossier sleept allang aan. De heer Decaluwe zegt dat de groenen tegen motorcrossterreinen zijn. Ik zal het nog één keer duidelijk zeggen: de groenen zijn voor motorcrossterreinen. (Opmerkingen. Gelach)

Wij zijn voor goed gereglementeerde locaties voor motorcross, liever dan een wild florerende cross. (Rumoer)

Wij hebben een jaar geleden al voorgesteld – en dat hebt u ook gedaan – om industrieterreinen en brownfields op te nemen in de zoekzones. Nu doet u dat ook met havengebieden en militaire domeinen. U denkt ook aan indoorcross. Elk onderzoek is zinvol. Het is absoluut noodzakelijk om vooruitgang te boeken.

Ik vraag me af of het de provincies zelf zijn die talmen en schrik hebben voor kritiek van die lokale groepen. Dat is vaak het probleem. Misschien moet u de provincies wat meer aanmoedigen, stimuleren, dynamiseren om daarop in te gaan.

We willen graag het illegale crossen vermijden. Ik kreeg gisteren nog een mail over het gedoogbeleid in Bocholt tegenover een illegaal terrein. Dat kan niet. We moeten dat regulariseren, maar ik ga geen uitspraken doen over concrete dossiers.

Klopt het, minister, dat u het ambitieniveau voor Vlaams-Brabant zelf verlaagd hebt? Dat u de provincie ontheven hebt van haar opdracht zodat ze niet meer moeten zoeken?

De voorzitter : De heer Vandaele heeft het woord.

De heer Wilfried Vandaele : We kennen het probleem. De provincies hebben op een bepaald moment de opdracht gekregen om terreinen te selecteren. Ze zijn daar niet in geslaagd. Mijnheer Verfaillie, mijnheer Decaluwe, ook de provincie West-Vlaanderen is daar niet in geslaagd.

Motorcross in havengebieden bleek lange tijd niet mogelijk. Het is mijns inziens een stap vooruit dat minister Crevits nu eindelijk akkoord gaat om dat toch toe te staan in havengebied, zij het tijdelijk. Dat is ten minste een stap. In een eerste fase is een tijdelijke vergunning voldoende. Het is een voorlopige oplossing. Sommige militaire domeinen komen nu in aanmerking.

Er wordt gezegd dat het maar een petieterig stapje is, voor mij is het een stap in de goede richting. Minister, uw voorgangers hebben acht jaar lang hun tanden stukgebeten op dit dossier. Ik vind het flink dat u aan de kar blijft trekken, ook al zit die in het slijk.

De voorzitter : Minister Muyters heeft het woord.

Minister Philippe Muyters: Dit is een evergreen. De ministers Vanhengel, Keulen, Anciaux en Van Mechelen waren daar al mee bezig. (Opmerkingen)

Ik wil u een zo volledig mogelijk overzicht geven van de stand van zaken. Er wordt nogal gemakkelijk gesproken van politiek draagvlak en draagvlak op het terrein. Er wordt zelfs gesuggereerd dat ik het geweer van schouder zou veranderen. Dat is zeker niet het geval. Ik probeer dit zo kort en snel mogelijk te doen.

Op 19 juli 2002 besliste de toenmalige Vlaamse Regering dat er in Vlaanderen minimaal twaalf en maximaal vijftien locaties voor omlopen voor gemotoriseerde sporten moesten komen volgens een provinciale spreidingstabel. We spreken vandaag over iets anders. Bijna drie jaar later, enkele ministers later – we zitten al bij Anciaux –, op 4 februari 2005, preciseerde de Vlaamse Regering de procedure bij het indienen van voorstellen van mogelijke locaties voor terreinen met dergelijke doelstelling.

Bij latere beslissingen van de Vlaamse Regering van 23 december 2005 en 14 december 2007 werden voor de provincie Limburg vier locaties en voor de provincie Antwerpen drie locaties definitief aangeduid als omlopen voor gemotoriseerde sporten. Voor de provincies West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant werden voorlopig geen omlopen aangeduid bij gebrek aan lokaal draagvlak, zowel maatschappelijk als politiek. Voor deze provincies werd de opdracht dan ook bijgesteld naar minimum één locatie per provincie. Tevens kreeg de toenmalige Vlaamse minister van Sport, Bert Anciaux, op dat moment de opdracht om in deze provincies zelf op zoek te gaan naar potentiële locaties.

In uitvoering van deze beslissingen werd in 2007 – we zijn al vijf jaar verder – door het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media (CJSM) een contractexpert aangesteld die, samen met een interne werkgroep van ambtenaren van Bloso, het departement CJSM en het kabinet van voormalig minister Van Mechelen en Anciaux, deze complexe materie onderzocht, analyseerde en mogelijke oplossingen voorstelde. Deze man heeft intussen ongeveer elke vierkante meter van Vlaanderen onderzocht naar mogelijke terreinen.

Op 8 mei 2009 nam de vorige Vlaamse Regering een aantal beslissingen in het motorcrossdossier. De beslissing uit 2005 om minimaal in één permanente omloop voor gemotoriseerde sporten in de provincies Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen te voorzien werd bevestigd. In de provincie Vlaams-Brabant moest op korte termijn niet in een permanente omloop worden voorzien.

Specifiek voor West-Vlaanderen werd beslist om de locatie Nieuwpoort-Ramskapelle te onderzoeken. Voor de militaire luchthaven van Koksijde werd beslist dat een masterplan moest worden opgemaakt voor de herbestemming. Daarin moesten onder meer de mogelijkheden worden onderzocht van een gereglementeerde omloop voor gemotoriseerde sporten, maar ook van een terrein voor kleiduifschieten en andere actieve luchtsporten. Deze locatie werd als reserve aangeduid om in overweging te nemen voor het geval de locatie Nieuwpoort-Ramskapelle niet zou kunnen worden gerealiseerd.

Voor de provincie Antwerpen werd het voorstel goedgekeurd om voor de bestaande rallycrossactiviteiten in Arendonk in een voldoende groot terrein te voorzien. Toen werd ook voor het eerst gezegd dat de bedrijventerreinen en brownfields in aanmerking worden genomen voor de inplanting van gereglementeerde omlopen.

In het najaar 2009 heeft mijn kabinet de beslissingen van 8 mei 2009 opgenomen. Wij hadden toen een eerste overleg met de provincies. Ik herinner mij de discussies in deze commissie. Men zei toen dat ik moest beslissen, maar dat ik wel een draagvlak moest creëren. Na ons gesprek met de gouverneurs en de gedeputeerden voor Sport, kregen wij het sterke engagement van de provincies: zij wilden het voortouw nemen. Maar het gaat niet alleen over ruimtelijke ordening en sport, er kunnen ook problemen ontstaan met de milieuvergunningen. We richtten toen met de verschillende kabinetten een werkgroep op die instaat voor de begeleiding van de provincies.

Er vonden twee overlegrondes plaats. Een eerste begin 2010 en een tweede in de loop van het voorjaar van 2011. Tijdens deze overlegrondes gaven de provincies enerzijds de stand van zaken met betrekking tot de concrete terreinen, anderzijds werden een aantal algemene opmerkingen gegeven.

Ik overloop eerst de stand van zaken in de provincies.

Het politieke en maatschappelijke draagvlak voor de door de Vlaamse Regering aangeduide omlopen wordt door de provincie Antwerpen als zeer gering ingeschat. Voor de locatie Rooiveld in Westerlo werd een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan (PRUP) opgestart en ook voorlopig vastgesteld. Tijdens de procedure rees er echter protest tegen de plannen en er bleek geen politieke meerderheid meer te bestaan om het PRUP definitief goed te keuren. De lokale club, de vzw Rooiveld, heeft nu nieuwe concrete plannen om een ‘ Elektro’-circuit te realiseren, een circuit waarop uitsluitend elektrische motoren rijden. Mijn kabinet is dit al eens gaan bekijken. Het staat nog in de kinderschoenen, maar het komt zeker tegemoet aan de bezwaren met betrekking tot geluidshinder en milieuverontreiniging. Het is iets wat uit de sector zelf naar boven komt. Ook met betrekking tot de locatie Kraaienhorst in Brecht is er veel lokale tegenstand. Ik ben zeker dat alle partijen die in deze commissie pleiten voor motorcross, in hun plaatselijke afdelingen niet altijd hetzelfde bepleiten. De gemeente Brecht is echter bereid een oplossing uit te werken voor een beperkt aantal crossweekends per jaar. Ook dat is misschien een mogelijkheid. De gemeente zal hiervoor een ruimtelijk uitvoeringsplan opmaken. Het HondaPark in Balen is momenteel in uitbating, maar dat zal niet zonder problemen blijven, want de milieuvergunning loopt af in 2019.

In Limburg worden er van de vier door de Vlaamse Regering aangeduide omlopen twee uitgebaat: Heeserbergen in Lommel en Horensbergdam in Genk. De locatie Op ’t Broek in Kaulille-Bocholt werd nog niet ontwikkeld, maar de provincie is bereid dit wel te doen, ook multifunctioneel voor een aantal minder harde sportactiviteiten. De locatie Waterloos in Neeroeteren is niet meer operationeel. Het PRUP werd vernietigd door de Raad van State, waardoor de locatie een andere bestemming kreeg. Daardoor kon mijn collega-minister Schauvliege niet anders dan de milieuvergunning wijzigen.

In Oost-Vlaanderen wees de provincie op de talrijke inspanningen die ze in het verleden heeft gedaan, zonder resultaat. In 2007 werd geen enkel van de voorgestelde locaties door de Vlaamse Regering aanvaard wegens het ontbreken van een maatschappelijk en politiek draagvlak. Ik heb deze frustratie soms gevoeld bij de provincies. Zij komen met voorstellen waarvoor er, blijkbaar ook op het Vlaamse niveau, geen politiek draagvlak bestaat. Ik heb aan de provincie Oost-Vlaanderen een nieuwe screening van mogelijke locaties gevraagd, in het licht van kleinere oppervlaktes zonder multifunctioneel gebruik. De administratie stelde een aantal locaties voor, maar zonder aftoetsing bij de deputatie. Het waren locaties in havengebied of in herbevestigd agrarisch gebied. Op dat moment bestond daarvoor in de Vlaamse Regering nog geen draagvlak.

De provincie West-Vlaanderen gaf een overzicht van een aantal geschikte locaties. De locatie Egemkapelle-Pittem werd door de provincie geschikt geacht. De exploitant van de ontginningsputten heeft echter toelating gekregen om verder te ontginnen, waardoor er op korte termijn geen mogelijkheden zijn voor gemotoriseerde sporten.

Dan was er Jabbeke. Het gebied tussen de E40, de A18 en de A10, werd door de provincie aangeduid, maar kreeg tegenstand van de gemeente. Daar is dus ook geen omloop te realiseren. Voor wat betreft de locatie Nieuwpoort-Ramskapelle stelt de provincie voor deze niet langer in aanmerking te nemen, wegens de ligging in herbevestigd agrarisch gebied.

De provincie wijst nu op een potentiële locatie in de achterhaven Zeebrugge. De voorschriften van het gewestelijk RUP laten thans geen gereglementeerde omloop toe, maar zoals ik al aangaf tijdens onze bespreking in maart in deze commissie, kan worden onderzocht om het terrein in aanmerking te laten komen voor de inplanting van een tijdelijke omloop, in afwachting van de ontwikkeling van het gebied.

Verder stelde men dat het militair domein in Koksijde ruime mogelijkheden biedt voor sport en recreatie, en misschien ook wel voor sporten met een hinderlijke inslag. De provincie is bereid een masterplan hiervoor uit te werken.

Ik kom ten slotte bij Vlaams-Brabant. De provincie zei effectief dat er geen enkele piste werd onderzocht. Het militair vliegveld in Goetsenhoven bij Tienen biedt mogelijkheden voor luchtsporten en eventueel ook voor andere sporten, maar wil hier inzetten op zachte recreatie. De provincie blijft in feite bij de stelling dat er geen passende locaties voor outdooromlopen in aanmerking komen. De provincie is daarom voorstander van het voorzien in een indoor­infrastructuur voor motorcross, maar slaagde er niet in om een concrete locatie aan te wijzen.

Algemeen geven de provincies een aantal vragen en opmerkingen. Een aantal provincies gaven uitdrukkelijk aan dat in de industriegebieden en de brownfields de laatste mogelijkheid lag om desnoods in kleinere sites voor sporten met hinderlijke inslag te kunnen voorzien. Antwerpen, West-Vlaanderen en Oost-Vlaanderen stelden daarenboven de uitdrukkelijke vraag om zeker ook havengebieden te kunnen onderzoeken. Alle provincies opperden de optie om ook in tijdelijke omlopen voor gemotoriseerde sporten te voorzien, eventueel in afwachting van de realisatie van de definitieve bestemming. Ook de militaire domeinen worden aan een grondige screening onderworpen in functie van ondermeer de mogelijkheden voor het aanleggen van gereglementeerde omlopen.

Naar aanleiding van deze vergaderingen en expliciete vragen uit de provincies, hebben wij een nota voorbereid voor de Vlaamse Regering. Die werd effectief niet voor de zomer goedgekeurd, zoals ik beloofd had in de commissie, mevrouw Werbrouck. Laat ons zeggen dat de weg naar consensus soms meer tijd in beslag neemt binnen de Vlaamse Regering dan we voorzien. Binnen de Vlaamse Regering konden we in dit dossier pas na het zomerreces tot een gemeenschappelijke visie komen.

Ik ben het helemaal eens met de heer Decaluwe. De Vlaamse Regering moet duidelijk zijn: we moeten kiezen. Ofwel zetten we stappen vooruit, ofwel stoppen we ermee. Ik ben niet van plan om hier elke twee maanden te komen zeggen dat we nog altijd aan het zoeken zijn. Dat er nu een consensus is binnen de Vlaamse Regering over de nota die vrijdag is goedgekeurd, lijkt me een goede stap vooruit.

De nota, waarbij ook bevoegdheden van mijn collega-ministers gevat zijn – dat is niet onbelangrijk –, werd vorige week aanvaard. Van die nota kan ik met zekerheid zeggen dat ze door de Vlaamse Regering wordt gesteund. Met deze nota wordt tegemoetgekomen aan de vragen van de sector en van de provincies. Dat is belangrijk, want het breidt het kader uit waarbinnen de zoektocht kan en mag worden gevoerd. De Vlaamse Regering heeft beslist dat we de rol van de provinciebesturen herbevestigen. We blijven het gevoel hebben dat dat bestuursniveau het best geplaatst is om die dossiers te coördineren. Dat wil niet zeggen dat de Vlaamse overheid dit dossier niet zelf verder opneemt. De Vlaamse Regering zal hen in de zoektocht naar geschikte locaties ondersteunen en hen helpen die daadwerkelijk te realiseren. Dat is zeker ook noodzakelijk voor het proces van opmaak van RUP’s, plan-MER’s enzovoort.

De Vlaamse Regering heeft een aantal eerdere beslissingen geherformuleerd, gelet op de evolutie van dit dossier en de gewijzigde context. De taakstelling voor minimaal één gereglementeerd terrein in de provincies Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen blijft onverkort gelden. Hoewel eerder beslist werd om in de provincie Vlaams-Brabant niet in een permanente omloop te voorzien, ontslaat dit de provincie niet van haar opdracht om haar zoektocht naar een geschikte locatie, outdoor of indoor, voort te zetten. De ‘korte termijn’ uit de beslissing van 2009 is immers wat mij betreft ondertussen verstreken. Ze zeiden toen dat ze op korte termijn niets konden vinden. De termijn is nu langer aan het worden. Ik denk dat ze moeten blijven zoeken.

We hebben vastgesteld dat Nieuwpoort-Ramskapelle niet langer in aanmerking komt. Daarom wordt de provincie West-Vlaanderen gelast met het voeren van een onderzoek naar mogelijkheden binnen de militaire domeinen en zeker ook binnen het zeehavengebied. De provincie Antwerpen zal een PRUP opmaken voor de bestaande rallycross in Arendonk. Er wordt nog steeds uitdrukkelijk de mogelijkheid geboden om bedrijventerreinen en brownfields mee te betrekken in de zoektocht.

Daarnaast heeft de Vlaamse Regering deze keer formeel aanvaard dat de havengebieden in aanmerking komen voor de inrichting van tijdelijke motorcrossterreinen. Mijnheer Decaluwe, u zei dat u dat al lang voorstelt, maar vrijdag werd het voor de eerste keer aanvaard in de Vlaamse Regering. Tijdelijk bedoel ik in de zin van ‘in afwachting van het definitieve gebruik van die grond als havengebied’. Uiteraard gebeurt dat in goed overleg en goedkeuring van de havenbedrijven. Ik heb mij, als de minister bevoegd voor Ruimtelijke Ordening, bereid verklaard om de codex te wijzigen om vergunningen in die zin toe te laten. Ik denk dat kortetermijnvergunningen niet haalbaar zijn.

Zo’n motorcrossterrein aanleggen heeft een zekere termijn nodig. Wat vandaag als uitzondering mogelijk is binnen de codex, is daarin onvoldoende. Als jullie mee de codex snel wijzigen, collega’s, kunnen we snel een stap zetten in de richting van gereglementeerde omlopen.

De Vlaamse Regering heeft ook de zoektocht naar mogelijke locaties binnen de vervreemdbare militaire domeinen ondersteund. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de luchthaven van Koksijde. In de beslissing van de Vlaamse Regering wordt ook melding gemaakt van de sector zelf. Ik heb dat in maart ook gezegd. Ik vind het erg belangrijk dat de versnipperde sector van de motorcrossfederaties op korte termijn werk maakt van één aanspreekpunt om de provincies te helpen bij de begeleiding van dat dossier, en verder ook werk maakt van de opvolging en kwaliteitsbewaking van de verschillende terreinen. Omwonenden vrezen hinder. Door goede afspraken en een goed beheer met een vaste en betrouwbare partner, kunnen problemen wellicht vermeden worden.

Ten slotte wordt het gebruik van elektromotoren ondersteund. Ik besef heel goed dat dit nu nog geen volwaardig alternatief is voor de klassieke motoren, maar als Vlaamse Regering bevelen wij de sector sterk aan om de ontwikkeling van de motorcross met elektromotoren te helpen stimuleren. Ik zie daar zeker een alternatief in om de lawaaihinder te beperken, bijvoorbeeld voor de jeugdopleiding of bij recreatief gebruik.

Op uw specifieke vragen over het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, mevrouw Werbrouck, kan ik zeggen dat mijn administratie, in uitvoering van de startnota van 28 januari 2011, momenteel volop aan het werken is aan het groenboek. Het BRV zal echter geen RSV-bis zijn, geen alomvattend boek dat het ruimtelijke beleid tot 2020, met een doorkijk naar 2050, zal vastleggen. Het zal veeleer een strategisch document zijn, waar een aantal strategische keuzes worden gemaakt, die vervolgens in concrete beleidskaders moeten worden vertaald. Het is te vroeg om al concreet in te gaan op de inhoud van het groenboek.

Onze betrachting is om eind dit jaar, begin volgend jaar het groenboek af te hebben, en er dan een hele consultatie rond te doen van ongeveer een jaar, om vervolgens tot een witboek te komen. Een breed participatief proces is in dit verband noodzakelijk. Ook na het witboek zal er nog heel wat tijd nodig zijn om het dan om te zetten in een nieuw beleidsplan rond ruimte in Vlaanderen.

De voorzitter : De heer Decaluwe heeft het woord.

De heer Carl Decaluwe : Minister, bedankt voor uw antwoord. Als ik het goed samenvat voor de provincie West-Vlaanderen, zegt u ten eerste dat de achterhaven van Zeebrugge kan, op voorwaarde dat de codex wordt aangepast naar een tijdelijk karakter. Ik vind dat tijdelijke karakter een goede oplossing. Ik heb begrepen dat men ondertussen een masterplan opmaakt voor Koksijde. Daar zal moeten blijken of dat al dan niet kan. Ik heb ook genoteerd dat Ramskapelle definitief van de baan is.

Wat de codex betreft, zijn er twee mogelijkheden: ofwel neemt u het initiatief vanuit de regering, ofwel gebeurt het via een voorstel. Mij is het om het even, als het maar snel gebeurt.

Wanneer ziet u de operationaliteit van de globale nota, die oplegt waar er mogelijkheden zijn, effectief in werking treden? Het enige wat de motorcrossers interesseert, is wanneer ze effectief kunnen crossen. Ik denk dat men nog voor minstens twee jaar goed is. In deze regio duurt het ook al minstens een jaar vooraleer je een vergunning hebt. Dit is opnieuw een stapje voorwaarts. Ik hoop dat het nu effectief geïmplementeerd wordt en dat we hier over drie of vier maanden niet opnieuw vragen moeten stellen.

Ik dring erop aan, minister, dat u, samen met de mensen die ruimtelijke ordening permanent opvolgen, snel duidelijkheid schept rond de codex. Zodoende kan men dan effectief onderhandelen met de havenbesturen, die natuurlijk ook iets in de pap te brokken hebben, om zo uiteindelijk tot operationalisering te komen.

De voorzitter : De heer Verfaillie heeft het woord.

De heer Jan Verfaillie : Minister, ik dank u voor uw antwoord. Het is geen gemakkelijk dossier. Het initiatief dat u nu neemt, is een laatste kans om te kunnen landen. We moeten daar eerlijk in zijn: als dit niet lukt, moeten we daar ook de politieke conclusies uit trekken. U zult van onze partij in elk geval alle steun krijgen voor de aanpassing van de codex inzake de tijdelijke vergunningen in de havengebieden. Hoe dat dan geïmplementeerd wordt, moet nog verder bekeken worden.

Als ik de verschillende reacties hier hoor, stel ik vast dat iedereen voorstander is, maar dat er hier en daar wat lokale tegenstand is. Alle partijen zijn in dezen een beetje in hetzelfde bedje ziek. Ik verwees daarnet ook al naar de situatie in Limburg. De Vlaamse Regering heeft nu beslist om haar schouders eronder te zetten. We moeten dit wat tijd geven, maar er moet toch binnen afzienbare tijd worden overgegaan tot een evaluatie en een aanpassing van de codex. Mocht blijken dat dat om de een of andere reden niet haalbaar is, dan moeten we daar de politieke conclusies uit trekken.

Ik vind het alvast positief dat Groen! ook voorstander is. Ze zijn wel vaker voorstander van een of ander, maar als er concrete projecten komen, maken ze als eerste deel uit van een actiecomité. Ik verwijs naar het windmolendossier.

De voorzitter : Mevrouw Werbrouck heeft het woord.

Mevrouw Ulla Werbrouck: Ik dank u voor uw grondige uitleg, minister. U zegt dat we moeten beslissen om verder te gaan of te stoppen. Wat moet ik daarmee? Wat bedoelt u daarmee? Probeert u alles voor zich uit te schuiven? Ik hoop dat u daar nog een antwoord op geeft. Het is een heel moeilijk dossier. Er is inderdaad geen draagvlak, niet bij de burger en niet bij de politiek, en ook niet bij de gemeenten. Ik ben ook voorstander van de tijdelijke omlopen in de havengebieden. Wij zijn ook bereid om de codex te helpen wijzigen. We zijn heel blij dat u blijft proberen, ook al is het moeilijk en bent u het beu. Wij zijn het ook beu dezelfde vragen te stellen en altijd bijna dezelfde antwoorden te krijgen.

We gaan niet vooruit, dat wil ik toch eens benadrukken, toch niet op lange termijn, misschien wel op korte termijn. Dat is al iets.

We zijn blij dat u zegt dat de motorsector zelf voor één aanspreekpunt moet zorgen. Ze moeten zelf de versnippering tegengaan. Daar zit een deel van het probleem.

De elektrische motor is misschien wel een idee, maar dat is maar voor over dertig jaar of zo, als we op het gebied van de motorcross hetzelfde niveau willen halen. Het lawaai zal dan misschien weg zijn, maar zal het plezier dan ook niet weg zijn? Motorcross is mooi om te zien, het is eigenlijk ook mooi om te horen, voor één enkele keer dan toch. Als dat in de achtertuin is, zou ik ook passen.

De voorzitter : De heer Gysbrechts heeft het woord.

De heer Peter Gysbrechts : Ik dank u voor uw uitgebreid antwoord, minister. Heel veel problemen blijven echter bestaan. De regeringsbeslissing betekent maar een heel klein sta pje.

De ontwikkeling van de elektrische EMX-motoren vinden wij ook nuttig, we willen dat ondersteunen. De sector zelf spreekt echter over een nieuwe sport voor een nieuwe doelgroep. Dat is dus geen alternatief voor de bestaande motorsport. Daar moeten we rekening mee houden. Er wordt zelfs gezegd dat het om een totaal andere sport gaat die niet op bestaande omlopen kan worden gereden. We staan daar inderdaad nog ver van.

Minister, u hoopt dat u niet om de paar maanden vragen om uitleg krijgt. Ik vrees dat u die wel nog zult krijgen, als ik zie waar we nu staan. In de komende maanden zal dat niet veranderen. Ik roep iedereen op om hieraan te werken. Eén minister alleen kan dat niet. Iedereen zal kleur moeten bekennen en zeggen wat hij echt wil. Alleen dan kan er iets gebeuren.

De voorzitter : Mevrouw Vissers heeft het woord.

Mevrouw Linda Vissers: De CD& V-collega’s hadden nogal wat commentaar bij mijn betoog. U had deze vragen ook kunnen stellen, maar ik heb niets gehoord.

Kevin Moonen is de drijvende kracht achter de werkgroep ‘Red de motorcross’ en hij is toevallig van Limburg. Ik vond het belangrijk om de terechte vragen van die mensen hier in de commissie te stellen. Dat is trouwens onze taak.

Minister, u hebt niet alle vragen beantwoord, het waren er natuurlijk ook heel veel. Ik dank u voor de antwoorden. Ik zal ze zeker – te uwer attentie, collega’s van CD&V, dat u het zeker weet – overmaken aan de werkgroep.

De voorzitter : De heer Vandaele heeft het woord.

De heer Wilfried Vandaele : Mevrouw Werbrouck, de vraag ‘gaan we verder of stoppen we ermee’ is niet zo ongewoon. Ik hoor ze heel vaak in verschillende contexten. (Gelach)

Ik hoor ze in de politiek, ik hoor ze soms bij mij thuis. (Gelach)

Ik vind dat geen ongew one vraag.

Misschien kunnen we eens overleggen, in de eerste plaats met de collega’s van de meerderheid en met het kabinet, over een voorstel van decreet. (Opmerkingen)

We willen in eerste instantie het pad effenen, samen met het kabinet, of kabinetten. Een voorstel van decreet gaat sneller dan een ontwerp van decreet.

De voorzitter : De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron : Mijnheer Vandaele, wij kunnen ook een voorstel van decreet schrijven hoor.

Mijnheer Verfaillie, ook economische actoren hebben de inrichting van motorcrossterreinen in haven- of industriegebied tegengehouden. Ik wil dat onderstrepen. Het is een delicate oefening: een evenwicht zoeken tussen de hinder, de natuurwaarde, de omgeving en de bewoners vooral. Dat moet met precisie gebeuren. Het gebied moet ruim genoeg zijn om resultaat te kunnen halen. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat dat lukt.

Voor de faits divers: ik heb met een elektrische motor gereden en dat gaat vooruit. Ik ben een dagelijkse motorrijder. Die elektrische motoren zijn peperduur. Een basisversie kost meer dan 8000 euro.

Tot slot bent u ook minister van Sport en van Ruimtelijke Ordening. Nu is het moment.

De voorzitter : Minister Muyters heeft het woord.

Minister Philippe Muyters : Mevrouw Werbrouck, dertig jaar is een lange periode. In 1982 bestond er nog geen pc, geen fax, geen internet en geen gsm. Er bestond wel een typemachine die één regel kon onthouden. Binnen dertig jaar zal die elektrische motor al heel ver gevorderd zijn.

We hebben nu elke vierkante meter bestudeerd. Het is tijd om naar oplossingen te gaan en keuzes te maken. Als blijkt dat geen enkele keuze een politiek en maatschappelijk draagvlak heeft, dan moeten we dat ook durven te zeggen. Alle politieke partijen die hier pleiten voor de realisatie van een motorcrossterrein, moeten bij de plaatselijke afdelingen waar er een motorcrossterrein zal komen, met een vlag staan waarop staat: hiep hiep hoera, er komt een motorcrossterrein.

De voorzitter : Het incident is gesloten.